Deltawerken, dijken, polders, waterschappen en de uitdagingen van morgen.
Een groot deel van Nederland ligt onder zeeniveau, en dat het droog blijft, is het werk van eeuwen. Het land telt ongeveer 4.000 polders: laaggelegen stukken grond, omringd door dijken of kaden, waarvan de waterstand kunstmatig wordt geregeld. Regen en opkwellend grondwater moeten er voortdurend uit, vroeger met windmolens, vanaf ongeveer 1850 met stoomgemalen en nu met elektrische pompen. Droge voeten onder zeeniveau vertelt hoe dat werkt, van molen tot gemaal.
Wie dat werk doet, is een bestuurslaag die ouder is dan het land zelf. Nederland telt 21 waterschappen, met een eigen gekozen bestuur en eigen belastingen, en met één opdracht: het water. Ze beheren de dijken, regelen de waterstand in sloten en vaarten, bewaken de waterkwaliteit en zuiveren het rioolwater. Zie de waterschappen.
De grote werken van de twintigste eeuw kwamen voort uit dreiging en ramp. In 1932 werd de Afsluitdijk gesloten: 32 kilometer dijk die de Zuiderzee veranderde in het IJsselmeer en de weg vrijmaakte voor vier grote polders, zoals beschreven in de Afsluitdijk en de Zuiderzeewerken. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 viel een zware noordwesterstorm samen met springtij; in Zeeland, op de Zuid-Hollandse eilanden en in West-Brabant bezweken de dijken en kwamen 1.836 mensen om. De watersnoodramp van 1953 reconstrueert die nacht. Het antwoord waren de Deltawerken: in plaats van honderden kilometers dijk te verhogen, sloot Rijkswaterstaat zeearmen af met dammen en stormvloedkeringen, en werd een kustlijn van 700 kilometer teruggebracht tot ongeveer 80.
Na de hoogwaters in het rivierengebied van de jaren negentig veranderde de aanpak. Tussen 2006 en 2019 gaf het programma Ruimte voor de Rivier de rivieren op 34 plekken meer ruimte: dijken werden landinwaarts verlegd, uiterwaarden afgegraven en nevengeulen aangelegd.
De opgaven van nu zijn tweeledig. De zee voor de kust is sinds 1890 ongeveer 25 centimeter gestegen en de stijging versnelt; het KNMI rekent voor 2100 met 26 centimeter tot ruim een meter extra, afhankelijk van de uitstoot. Wat dat betekent en wat eraan wordt gedaan, staat in zeespiegelstijging in Nederland. Tegelijk kan er ook te weinig water zijn. Voeren Rijn en Maas weinig aan, dan dringt zout zeewater verder het land in en wordt het water verdeeld volgens een vaste volgorde, de verdringingsreeks. Zie droogte en verzilting.
Wat dit voor uw eigen huis betekent, bij een hoosbui of een dalende grondwaterstand, behandelt de rubriek Wateroverlast.
Hoeveel de zee voor de Nederlandse kust al steeg, wat het KNMI tot 2100 verwacht en hoe Nederland zich voorbereidt: zand…
19 september 2026Waarom droogte in Nederland ook een zoutprobleem is, wie bij een watertekort het eerst water krijgt en wat de recorddroo…
12 september 2026Na de bijna-overstromingen van 1993 en 1995 kregen de rivieren op 34 plekken meer ruimte. Wat er bij Nijmegen en in de N…
20 augustus 2026Wat een polder is, waarom het land zakte, hoe molens en stoomgemalen de Beemster en Haarlemmermeer droogmaakten en wie v…
14 juli 2026Waarom de Zuiderzee in 1932 werd afgesloten, hoe de Afsluitdijk werd gebouwd, welke polders volgden en waarom de dijk nu…
28 mei 2026Dertien dammen, sluizen en stormvloedkeringen maakten de Zeeuwse en Zuid-Hollandse kust 620 kilometer korter. Hoe ze wer…
17 februari 2026Hoe storm en springtij in de nacht van 31 januari 1953 de dijken in Zeeland, Zuid-Holland en Brabant lieten bezwijken, e…
31 januari 2026Wat een waterschap doet, waarom het een eigen bestuur en eigen belastingen heeft, hoe de verkiezingen werken en wat de g…
13 januari 2026