EditieNº MMXXVI · 2026
Onafhankelijke uitgavevrijdag 25 september 2026

Magazine over water: in huis, van bron tot kraan, wateroverlast, waterbeheer en watersport
Onderwerpen

Watermanagement

Deltawerken, dijken, polders, waterschappen en de uitdagingen van morgen.

Een groot deel van Nederland ligt onder zeeniveau, en dat het droog blijft, is het werk van eeuwen. Het land telt ongeveer 4.000 polders: laaggelegen stukken grond, omringd door dijken of kaden, waarvan de waterstand kunstmatig wordt geregeld. Regen en opkwellend grondwater moeten er voortdurend uit, vroeger met windmolens, vanaf ongeveer 1850 met stoomgemalen en nu met elektrische pompen. Droge voeten onder zeeniveau vertelt hoe dat werkt, van molen tot gemaal.

Wie dat werk doet, is een bestuurslaag die ouder is dan het land zelf. Nederland telt 21 waterschappen, met een eigen gekozen bestuur en eigen belastingen, en met één opdracht: het water. Ze beheren de dijken, regelen de waterstand in sloten en vaarten, bewaken de waterkwaliteit en zuiveren het rioolwater. Zie de waterschappen.

De grote werken van de twintigste eeuw kwamen voort uit dreiging en ramp. In 1932 werd de Afsluitdijk gesloten: 32 kilometer dijk die de Zuiderzee veranderde in het IJsselmeer en de weg vrijmaakte voor vier grote polders, zoals beschreven in de Afsluitdijk en de Zuiderzeewerken. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 viel een zware noordwesterstorm samen met springtij; in Zeeland, op de Zuid-Hollandse eilanden en in West-Brabant bezweken de dijken en kwamen 1.836 mensen om. De watersnoodramp van 1953 reconstrueert die nacht. Het antwoord waren de Deltawerken: in plaats van honderden kilometers dijk te verhogen, sloot Rijkswaterstaat zeearmen af met dammen en stormvloedkeringen, en werd een kustlijn van 700 kilometer teruggebracht tot ongeveer 80.

Na de hoogwaters in het rivierengebied van de jaren negentig veranderde de aanpak. Tussen 2006 en 2019 gaf het programma Ruimte voor de Rivier de rivieren op 34 plekken meer ruimte: dijken werden landinwaarts verlegd, uiterwaarden afgegraven en nevengeulen aangelegd.

De opgaven van nu zijn tweeledig. De zee voor de kust is sinds 1890 ongeveer 25 centimeter gestegen en de stijging versnelt; het KNMI rekent voor 2100 met 26 centimeter tot ruim een meter extra, afhankelijk van de uitstoot. Wat dat betekent en wat eraan wordt gedaan, staat in zeespiegelstijging in Nederland. Tegelijk kan er ook te weinig water zijn. Voeren Rijn en Maas weinig aan, dan dringt zout zeewater verder het land in en wordt het water verdeeld volgens een vaste volgorde, de verdringingsreeks. Zie droogte en verzilting.

Wat dit voor uw eigen huis betekent, bij een hoosbui of een dalende grondwaterstand, behandelt de rubriek Wateroverlast.

Watermanagement8 artikelen