Bij windsurfen staat u op een board met een zeil dat via een mast aan dat board vastzit. Bij kitesurfen trekt een grote vlieger aan lange lijnen u voort, terwijl u op een kleiner board staat. Windsurfen is volgens het Watersportverbond de makkelijkere en veiligere sport om mee te beginnen. Kitesurfen biedt meer snelheid en sprongen, maar vraagt een langere leertijd, en u leert het alleen bij een erkende school. Kiten mag in Nederland bovendien alleen op aangewezen spots. Leren windsurfen gaat het best bij windkracht 3 tot 4, op vlak en beschut water.
Zeil in de hand of vlieger aan lijnen
Een windsurfplank heeft onderop een vin die de koers stabiel houdt. Beginnersplanken hebben daarnaast een zwaard in het midden, dat voorkomt dat u zijwaarts wegdrijft. Op de plank staat het tuig: een mast met zeil, dat u bedient met de giek, de boog waar u zich aan vasthoudt. U voelt de wind direct via de giek in uw armen.
Bij kitesurfen zit de kracht hoog boven u. Ongeveer 90% van de kiters gebruikt volgens Wikipedia een tubekite, met een opblaasbaar frame dat op het water blijft drijven. U hangt met een trapeze aan de lijnen en stuurt met een stang, de bar. Bij de kitetypes waarmee de meeste mensen leren, verliest de kite het grootste deel van zijn kracht als u de bar loslaat. Het board is klein: een twintip, het meest gebruikte type, is zo'n 130 centimeter lang.
Nederland heeft in beide sporten een traditie. Stephan van den Berg won in 1984 olympisch goud bij het windsurfen, Dorian van Rijsselberghe in 2012 en 2016, Kiran Badloe in 2021. Kitesurfen staat sinds Parijs 2024 op het olympisch programma; Annelous Lammerts won daar brons in de Formula Kite.
Windsurfen leren: groot board, klein zeil
Het Watersportverbond geeft voor beginners een eenvoudige vuistregel. Neem een board met een volume van minimaal uw lichaamsgewicht plus 100 tot 150 liter. Weegt u 75 kilo, dan ligt een board van 175 tot 225 liter voor de hand. Hoe groter en breder het board, hoe stabieler u staat. Bij het zeil geldt het omgekeerde: kleiner is makkelijker. Voor de meeste volwassenen is 4,0 tot 5,5 vierkante meter een goed begin, voor lichtere surfers 3,5 tot 4,5.
De ideale wind voor een beginner is windkracht 3 tot 4, zo'n 12 tot 28 kilometer per uur. Onder windkracht 2 komt u nauwelijks vooruit. Op het vlakke, beschutte binnenwater gaat het leren het snelst.
Kinderen kunnen volgens het verbond vanaf 6 jaar beginnen. De opleidingen lopen via de Watersport Academy, met vier niveaus en aparte programma's voor jeugd, jongeren en volwassenen, op dezelfde manier opgebouwd als bij het zeilen; zie de uitleg over de zeilopleidingen. U kunt kiezen tussen een vereniging met wekelijkse lessen en een surfschool met losse cursussen.
Een wetsuit is in Nederland bijna altijd nodig. In de zomer volstaat een shorty of een dun pak van 2 tot 3 millimeter, in voor- en najaar een pak van 4 tot 5 millimeter. Wie in de winter bij een watertemperatuur van 5 tot 10 graden surft, draagt 5 tot 6 millimeter met laarzen, handschoenen en een capuchon.
Kitesurfen leert u op een school
Het Watersportverbond is duidelijk: kitesurfen is een extreme sport, en zelf experimenteren kan gevaarlijk zijn. Begin daarom met een introductieles bij een school die door de Watersport Academy is erkend.
De opbouw is vrijwel altijd dezelfde. Eerst leert u het materiaal en de veiligheidssystemen kennen en de kite besturen op het droge. Dan volgt bodydraggen: u laat zich zonder board door het water trekken. Pas daarna komt de waterstart met het board, gevolgd door koersen varen, hoogte winnen en keren.
Voor elke sessie lopen kiters een checklist langs. De KNRM, die haar veiligheidstips samen met de Nederlandse Kitesurf Vereniging opstelde, wijst daarvoor op BROMFLY. B staat voor buddy, nooit alleen het water op. R voor release: controleer of de snelontkoppeling werkt en of u hem blind kunt vinden. O voor obstakels, M voor mesje in het trapeze om lijnen door te snijden, F voor forecast, de weersverwachting, en L voor leash. De Y staat voor 'yes': u kunt veilig gaan. Controleer daarnaast uw lijnen op knopen en uw depowerlijn op slijtage.
Wind van de goede kant
Naast de windkracht telt vooral de windrichting. Het Watersportverbond en de KNRM zijn het eens: surf bij aanlandige of schuin aanlandige wind, die van het water naar de kant waait. Gaat er iets mis, dan drijft u vanzelf terug. Schuin aanlandig is voor kiters ideaal, omdat u dan makkelijk wegvaart. Aflandige wind, van de kant af, noemt het verbond in 99% van de gevallen een absolute no-go: u wordt de open zee of het meer op geblazen.
Let ook op wat de wind onderweg tegenkomt. Hoge gebouwen of bomen langs de oever maken de wind vlagerig en laten hem van richting veranderen, waarschuwt de KNRM. Kies een startplek met ruimte, en houd afstand van paaltjes, stenen en ondieptes.
De foto bovenaan is volgens de fotograaf in april 2007 in Zeeland gemaakt. Zeven kites staan tegelijk in de lucht boven een brede strook water. Op zo'n drukke spot geldt: meer kites betekent meer kans op verstrengelde lijnen, en dus meer reden om de voorrangsregels te kennen.
Waar kiten mag
Kitesurfen is in Nederland alleen toegestaan op aangewezen locaties. Het Watersportverbond verwijst naar de spotkaart van de Nederlandse Kitesurf Vereniging: staat een plek daar niet op, dan is kiten er verboden. Veel binnenmeren zijn volgens Wikipedia ook te klein en te beschut, en langs ingepolderde dijken liggen vaak scherpe stenen in de overgang van land naar water.
Voor beginners noemt het verbond vlak en ondiep water, zoals bij Schellinkhout of Mirns aan het IJsselmeer. Wie golven zoekt, gaat naar Zandvoort, Scheveningen of Wijk aan Zee. Op de Brouwersdam tussen Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland wordt aan de zeekant veel gekitet, en aan beide kanten gewindsurfd.
Spots staan onder druk. In Natura 2000-gebieden wordt kitesurfen in beheerplannen soms als verstorend voor vogels gezien. Het Watersportverbond en de NKV willen dat zulke besluiten op onderzoek per locatie berusten, en vragen bij een dreigende sluiting, zoals bij de Oesterdam in de Oosterschelde, om een veilig alternatief. Ook op bewaakte stranden is ruimte beperkt: in de zwemzone van KNRM-lifeguards worden kite-, wind- en golfsurfers geweerd.
Voorrang, en wie er voor u uitwijkt
Tussen kiters onderling geldt één gouden regel: wie het dichtst bij de wind vaart, de upwind kiter, houdt zijn kite hoog, en de downwind kiter houdt hem laag. Zo raken de lijnen niet verstrengeld. Verder heeft volgens het Watersportverbond voorrang wie met de rechterschouder voor vaart, en een kiter die vanaf het strand vertrekt. Wie van achteren inhaalt, geeft ruimte.
Tegenover andere watersporters staan surfers zwak. De KNRM stelt dat in principe klein wijkt voor groot, zodat pleziervaartuigen voorrang hebben op surfers. Kiters wijken volgens het verbond ook voor zwemmers en suppers, die kwetsbaarder zijn. Hoe de voorrang tussen schepen verder werkt, leest u in het veiligheidsoverzicht.
Blijft er een board of kite zonder eigenaar achter, dan begint er een zoekactie. Volgens het Watersportverbond rukken reddingsdiensten daar jaarlijks tientallen keren voor uit, terwijl de eigenaar vaak al veilig aan wal is. Een KNRM-sticker met uw naam en telefoonnummer voorkomt dat; hoe dat werkt, staat in het stuk over suppen. Raakt u materiaal kwijt, meld het dan zelf bij de Kustwacht.
