Veilig varen komt neer op drie dingen: weten wie voorrang heeft, een vest dragen dat past bij wat u doet, en weten wie u belt als het misgaat. Op de meeste Nederlandse wateren krijgt het schip voorrang dat aan de rechterkant van het vaarwater vaart, en buiten de vaargeul wijkt klein voor groot. Een zwemvest van 50 newton helpt u drijven, pas vanaf 100 newton draait een reddingsvest u op uw rug. In nood roept u de Kustwacht op via marifoonkanaal 16, of belt u 0900-0111 of 112. De KNRM komt dan uit, kosteloos.
Waar het op het water misgaat
In 2025 zijn op de Nederlandse binnenwateren 1.292 scheepsongevallen geregistreerd, blijkt uit de jaarlijkse Kamerbrief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De recreatievaart was 656 keer betrokken, en 143 keer ging het om een ernstig of zeer ernstig ongeval. Bij 44 van die ernstige ongevallen ging het om een brand of explosie aan boord.
Voor de KNRM is vastlopen, na motorpech, de belangrijkste reden om uit te varen. In 2024 kwamen de vrijwillige redders ongeveer 300 keer in actie voor boten die op een ondiepte zaten. Als vastloopplekken noemt de KNRM vooral het Waddengebied, het IJsselmeer, de Zeeuwse wateren en de Biesbosch.
Met dodelijke afloop gaat het vaker mis in het water dan op het water. Volgens het CBS verdronken in 2025 in Nederland 132 mensen door een ongeluk, onder wie 100 inwoners. Van die inwoners was 77% man, en 41% was 60 jaar of ouder.
Voorrang: rechts houden, en klein wijkt voor groot
Op de meeste Nederlandse wateren geldt het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). De hoofdregel daarin is dat een schip dat aan stuurboordzijde vaart, de rechterkant van het vaarwater, voorrang krijgt, ongeacht de grootte. Wie een betonde vaargeul wil oversteken, verleent voorrang aan de schepen die daar rechts varen.
Buiten de vaargeul verleent een klein schip, korter dan 20 meter, voorrang aan een groot schip. Veerponten, passagiersschepen, sleep- en duwboten en vissersschepen aan het werk hebben de rechten van een groot schip, ook als ze korter zijn. Vaart u een haven uit, of komt u van een zijwater een hoofdvaarwater op, dan wacht u op de grote schepen. Varen doe je Samen! noemt als voorbeeld het oversteken van het Amsterdam-Rijnkanaal vanaf de Loosdrechtse Plassen.
Op de Rijntakken geldt het Rijnvaartpolitiereglement. Op de Boven-Rijn, de Beneden-Rijn, het Pannerdensch Kanaal, de Waal en de Lek verleent elk klein schip voorrang aan een groot schip, zonder uitzondering. Een verkeersbord op het water gaat altijd voor de standaardregel. De regels tussen motorboten, roeiers en zeilboten onderling staan in het artikel over leren zeilen.
Zien en gezien worden
Het BPR staat toe dat een binnenvaartschip voor de boeg een dode hoek heeft van 350 meter. Met radar en camera's mag dat onder voorwaarden zelfs 500 meter zijn. Wie vlak voor een vrachtschip kruist, is voor de schipper onzichtbaar. Kijk vaak achterom: binnenvaartschepen varen volgens Varen doe je Samen! vaak harder dan recreanten verwachten.
Na zonsondergang telt de verlichting. Een roeiboot, kano of zeilbootje onder de 7 meter voldoet met een wit rondom schijnend licht. Voor een open motorboot geldt dat alleen als hij maximaal 7 meter lang is, geen kajuit heeft en niet harder kan dan 13 kilometer per uur. Anders zijn boordlichten nodig. Vaart een zeilboot op de motor, dan telt hij als motorschip, ook voor de lichten.
Zwemvest of reddingsvest: het verschil zit in de newtons
In de volksmond heet alles een zwemvest, maar er is een wezenlijk verschil. Het drijfvermogen wordt uitgedrukt in newton. Een vest van 50 newton is een drijfhulpmiddel. Het houdt u boven, maar draait u niet op uw rug. Het is bedoeld voor sporten waarbij u vaak in het water ligt, zoals kanoën en suppen, dicht bij hulp. Pas vanaf 100 newton spreekt u van een reddingsvest. Een vest van 150 newton is geschikt voor algemeen gebruik op open water en draait ook een bewusteloze drager op de rug, maar met zware of waterdichte kleding lukt dat niet altijd. Daarvoor, en voor open zee, is er 275 newton.
Varen doe je Samen! adviseert een reddingsvest in elk geval te dragen bij een watertemperatuur onder de 15 graden, 's nachts, bij mist, bij zeeziekte en vanaf windkracht 4. Volgens de KNRM draagt maar 30% van de watersporters consequent een vest.
Een vest werkt alleen als het goed zit. Sluit de banden strak, met hooguit twee vingers ruimte, en gebruik de kruisbanden als die er zijn. Laat een automatisch vest elke 1 à 2 jaar keuren bij een door de fabrikant erkend bedrijf. Staat er EN393, EN395, EN396 of EN399 op het label, dan is het vest van voor 2006; de KNRM raadt af die nog te gebruiken. Wettelijk verplicht is een vest per opvarende bijvoorbeeld aan boord van een snelle motorboot, zoals beschreven in wanneer u een vaarbewijs nodig heeft.
Nuchter aan het roer
Op het water geldt dezelfde alcoholgrens als op de weg: 0,5 promille, voor recreanten en beroepsschippers. Volgens Varen doe je Samen! begint de boete voor varen onder invloed bij € 350. Vanaf 1,8 promille mag een handhaver het vaarbewijs direct innemen.
Voor drugs geldt op het water geen grenswaarde zoals op de weg. Wie onder invloed is van drugs, of van medicijnen die de rij- en vaarvaardigheid beïnvloeden, mag niet varen. De schipper moet in staat zijn het schip veilig te besturen. Varen doe je Samen! raadt daarom ook aan om uitgerust aan boord te komen.
Als het misgaat: marifoon, app of telefoon
Bij een noodsituatie, zoals een gewonde, een ernstig zieke aan boord of een schip dat in gevaar is, alarmeert u de Kustwacht. Met een marifoon roept u op via kanaal 16 of DSC-kanaal 70, met de roepnaam 'Den Helder Rescue'. Zonder marifoon kunt u de rode noodknop gebruiken in de KNRM Helpt-app. U krijgt dan de Kustwacht aan de lijn, die meteen uw positie ziet. Zonder app belt u de Kustwacht op 0900-0111, of 112; de meldkamer verbindt door. De Kustwacht schakelt bij nood direct de KNRM in.
Motorpech of vastlopen zonder direct gevaar is geen noodgeval. Daarvoor is het KNRM Helpt Assistentie Centrum, bereikbaar via dezelfde app of op +31 88 999 6100. Is uw schip langer dan 20 meter, dan mag de KNRM buiten een noodsituatie geen sleephulp geven.
Getuige van iemand in het water? Reddingsbrigade Nederland adviseert eerst 112 te bellen, iets drijvends toe te werpen en de drenkeling in het oog te houden. Ga alleen zelf het water in als het echt niet anders kan, als u fit bent en als iemand ziet dat u gaat.
De KNRM: vrijwilligers zonder subsidie
De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij helpt sinds 1824 iedereen die op het water in nood is, zonder kosten voor de hulpvrager. De redders zijn vrijwilligers. Volgens de KNRM gaat het jaarlijks om zo'n 2.300 reddingacties, waarbij ongeveer 3.500 mensen en 100 dieren worden geholpen. De organisatie krijgt geen subsidie en draait op donaties en nalatenschappen.
De foto bovenaan is gemaakt tijdens een open dag van reddingstation Hoek van Holland in april 2016, vanaf een andere reddingboot van het station.
In de zomer bewaken KNRM-lifeguards ook stranden op Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog, met een zwemzone die zo smal is dat een lifeguard binnen 3 minuten bij een slachtoffer kan zijn. Op veel andere stranden houden lokale reddingsbrigades toezicht; wat dat voor zwemmers betekent, staat in zwemmen in open water.
Voor u vertrekt
Veel strandingen zijn volgens de KNRM te voorkomen met een goede voorbereiding. Gebruik actuele waterkaarten: betonning wordt op het Wad en in Zeeland geregeld verlegd, en de KNRM ziet nog te vaak watersporters met een oude kaart of zelfs een wegenkaart. Blijf binnen de tonnenlijn, ook als afsnijden verleidelijk is, en houd er in de Biesbosch rekening mee dat daar getij speelt.
Kijk naar het weer, en niet alleen naar een buienapp. Volgens de KNRM zien zulke apps snel opkomende buien niet op tijd, terwijl een grote bloemkoolwolk tientallen kilometers verderop harde wind uit een onverwachte richting kan geven. Wie peddelt of op een board staat, heeft daarbij extra aandacht nodig voor aflandige wind; dat staat uitgewerkt in suppen voor beginners.
