De rekening van het drinkwaterbedrijf bestaat uit vier delen: een vast bedrag per jaar (vastrecht), een prijs per kubieke meter, de Belasting op Leidingwater en 9% btw. In 2026 betaalt een huishouden gemiddeld € 2,71 per kubieke meter, alles inbegrepen, bij een verbruik van 100 kubieke meter per jaar. De verschillen tussen de tien drinkwaterbedrijven zijn groot. Zuiveringsheffing en rioolheffing staan niet op deze rekening; die komen van het waterschap en de gemeente.
Vier posten op één rekening
Elk drinkwaterbedrijf rekent twee eigen bedragen. Het vastrecht is een vast bedrag per jaar per aansluiting, bedoeld voor de vaste kosten van leidingnet, meters en productie. Het variabele tarief is een prijs per geleverde kubieke meter, dus per 1.000 liter. Haalt het bedrijf zijn water uit de grond, dan zit in dat tarief ook de provinciale grondwaterheffing; die ziet u niet apart op de rekening.
Daarbovenop komen twee belastingen van het Rijk. De Belasting op Leidingwater (BoL) bedraagt in 2026 43,7 cent per kubieke meter. Tot en met 2025 gold die alleen voor de eerste 300 kubieke meter per jaar; sinds 2026 betalen ook huishoudens die meer gebruiken over elke kubieke meter BoL. Daarnaast rekent het drinkwaterbedrijf 9% btw over het drinkwatertarief en over de BoL.
Vewin zette in het Tarievenoverzicht drinkwater 2026 op een rij hoe de gemiddelde prijs van € 2,71 per kubieke meter is opgebouwd. Ruim € 2,03 is voor de kosten van het drinkwaterbedrijf, 1,5 cent is grondwaterheffing, 43,7 cent is BoL en ruim 22 cent is btw. Samen is 24,9% van de prijs belasting.
Vastrecht en variabel tarief per bedrijf in 2026
Nederland telt tien drinkwaterbedrijven, elk met een eigen distributiegebied. Volgens de Drinkwaterwet heeft elk bedrijf binnen zijn gebied het alleenrecht op levering. Overstappen naar een goedkopere aanbieder is dus niet mogelijk.
De tarieven lopen flink uiteen. Het vastrecht varieert in 2026 van € 52,00 per jaar bij Vitens tot € 121,89 bij WMD Drinkwater, beide zonder btw. De prijs per kubieke meter loopt van € 0,95 bij Brabant Water tot € 1,82 bij PWN. Omgerekend naar een verbruik van 100 kubieke meter per jaar is Vitens met € 1,75 per kubieke meter het goedkoopst en PWN met € 2,71 het duurst, allebei zonder BoL en btw. Het gewogen gemiddelde is € 2,05, een stijging van 3,9% ten opzichte van 2025.
De verschillen hebben te maken met de bronnen en de zuivering. Dunea wijst erop dat elk bedrijf eigen bronnen en zuiveringsprocessen heeft, en dat bijvoorbeeld ontharden installaties en chemicaliën vraagt, wat de prijs verhoogt. Volgens Vewin komt de stijging in 2026 vooral door grotere investeringen in zuivering en leidingen, en door inflatie.
De tarieven worden elk jaar vastgesteld door de aandeelhouders van het bedrijf: gemeenten en provincies. De wet eist dat ze kostendekkend, transparant en niet-discriminerend zijn. De Inspectie Leefomgeving en Transport houdt toezicht, met advies van de Autoriteit Consument en Markt. Wie wil weten waar het water in de eigen regio vandaan komt, leest meer in de tien drinkwaterbedrijven van Nederland.
Twee rekenvoorbeelden
Neem een huishouden dat 100 kubieke meter per jaar gebruikt, ongeveer het landelijk gemiddelde voor een gezin. Bij Vitens komt dat in 2026 uit op € 52,00 vastrecht, € 123,00 voor het water en € 43,70 aan BoL. Met 9% btw erbij is dat € 238,38 per jaar, of € 2,38 per kubieke meter.
Hetzelfde huishouden betaalt in het gebied van PWN € 89,10 vastrecht, € 182,00 voor het water en ook € 43,70 BoL. Met btw is dat € 343,13 per jaar. Voor exact dezelfde hoeveelheid water is dat ruim € 100 meer, alleen door de woonplaats.
Het vastrecht maakt ook verschil binnen één gebied. Iemand die alleen woont en gemiddeld 186 liter per dag gebruikt, zoals het CBS in 2021 mat, komt op ongeveer 68 kubieke meter per jaar. Bij Vitens is dat € 180,24 inclusief btw, oftewel € 2,65 per kubieke meter. Het vaste bedrag wordt over minder liters verdeeld, waardoor een kleine gebruiker per liter meer betaalt dan een gezin. Hoe het verbruik per persoon verschilt, staat in het waterverbruik per persoon.
Deze bedragen zijn de tarieven per 1 januari 2026. Ze worden jaarlijks aangepast.
Meterstand, voorschot en jaarafrekening
De meeste huishoudens betalen maandelijks of per kwartaal een voorschot, het termijnbedrag. Eén keer per jaar vraagt het drinkwaterbedrijf de meterstand op. Op basis daarvan volgt de jaarafrekening, met het werkelijke verbruik en een verrekening van wat al is betaald. Wie geen meterstand doorgeeft, krijgt een geschat verbruik op de rekening.
Bij een tariefwijziging passen sommige bedrijven het termijnbedrag automatisch aan, zodat er bij de jaarafrekening geen grote naheffing volgt. Vitens deed dat bijvoorbeeld bij de tariefstijging voor 2024. Het termijnbedrag zelf aanpassen kan bij de meeste bedrijven via de eigen online omgeving.
Niet elke woning heeft een eigen watermeter. Dan rekent het bedrijf een vast bedrag voor vastrecht en verbruik samen. Bij Waterbedrijf Groningen is dat in 2026 € 214,73 per jaar zonder btw, waarbij voor de BoL wordt uitgegaan van 100 kubieke meter.
De jaarafrekening is ook een controlemiddel. Ligt het verbruik ineens veel hoger dan in eerdere jaren terwijl er niets is veranderd, dan is het tijd om te kijken of er ergens water weglekt.
Wat niet op deze rekening staat
Het water dat door de gootsteen, douche en wc wegloopt, kost ook geld, maar dat staat op andere aanslagen. De gemeente heft rioolheffing voor de aanleg en het onderhoud van het riool. Hoe die wordt berekend, verschilt per gemeente.
Het waterschap heft de zuiveringsheffing voor het schoonmaken van afvalwater in de rioolwaterzuivering. Volgens de Unie van Waterschappen betaalt een eenpersoonshuishouden 1 vervuilingseenheid en een huishouden met meer personen 3. Die heffing hangt dus niet af van het aantal kubieke meters. Daarnaast betaalt iedere inwoner de watersysteemheffing voor dijken, gemalen en schoon oppervlaktewater, en betalen eigenaren van een woning een extra deel op basis van de WOZ-waarde.
De meeste waterschappen versturen hun aanslagen rond 1 maart. Sinds 1 januari 2026 geldt een aangepast belastingstelsel voor de waterschappen. Wie een laag inkomen en onvoldoende spaargeld heeft, kan bij het waterschap kwijtschelding of een betalingsregeling aanvragen. Wat er met het afvalwater gebeurt nadat het uw huis verlaat, leest u in zo werkt een rioolwaterzuivering.
