EditieNº MMXXVI · 2026
Onafhankelijke uitgavevrijdag 25 september 2026

Magazine over water: in huis, van bron tot kraan, wateroverlast, waterbeheer en watersport
Na het doortrekken

Hoe werkt de riolering? De weg van het afvalwater uit uw huis

Stankslot, ontstoppingsstuk, gemengd of gescheiden riool en overstorten: zo verlaat het afvalwater uw huis, en zo is de verantwoordelijkheid verdeeld.

Een stapel grijze kunststof rioolbuizen van dichtbij, met de ronde openingen naar de camera gericht
Foto: Rasbak — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Het afvalwater uit toilet, douche en keuken stroomt via de leidingen in huis naar een huisaansluiting en vandaar naar het riool onder de straat. Die buizen liggen licht hellend, zodat het water vanzelf stroomt; waar dat niet lukt, pompen gemalen het verder. Aan het eind wacht de rioolwaterzuivering van het waterschap. In ongeveer twee derde van de Nederlandse riolering stroomt ook het regenwater mee, wat bij zware buien tot overstorten leidt. Tot het ontstoppingsstuk bij de erfgrens is de huiseigenaar verantwoordelijk, daarna meestal de gemeente.

Het eerste stuk: van gootsteen tot erfgrens

Elke afvoer in huis heeft een stankslot. Onder de wastafel is dat de sifon of zwanenhals, in de wc-pot het laagje water dat altijd blijft staan. Dat water houdt de lucht uit het riool tegen. Wie na een vakantie rioollucht ruikt uit een putje dat lang niet is gebruikt, heeft meestal te maken met een opgedroogd stankslot. Wat water in het putje gieten lost het op, schrijft Stichting RIONED, het kennisplatform voor stedelijk waterbeheer.

Minder bekend is de ontspanningsleiding: een buis die aan het riool vastzit en boven het dak uitkomt. Als er bij regen water in het riool loopt, moet de lucht die er zat ergens heen. Die ontsnapt via regenpijpen en ontspanningsleidingen boven de daken, zodat op straat geen rioollucht hangt. Ontbreekt de ontspanningsleiding of is hij te klein, dan kan de lucht onder druk een uitweg zoeken via een stankslot. Borrelende afvoeren of stank op de eerste verdieping zijn volgens RIONED vaak een teken daarvan.

Vanuit het huis loopt het afvalwater door de huisaansluitleiding naar de straat. Die ligt volgens RIONED ongeveer 80 tot 100 centimeter diep, vaak vlak bij de voordeur. Meestal op de grens van tuin en openbare ruimte zit het ontstoppingsstuk: een deel van de buis dat met een klep of dop open kan. Daar begint doorgaans het openbare riool.

Onder de straat

Het openbare rioolstelsel in Nederland is volgens RIONED 150.000 kilometer lang. Bijna alle gebouwen zijn erop aangesloten. De meeste buizen zijn van kunststof of beton; in oude binnensteden liggen ook gemetselde riolen van meer dan 100 jaar oud. De doorsnede loopt uiteen van een paar centimeter in gebouwen tot meer dan 2 meter onder grote wegen.

Riolen werken met zwaartekracht. De buizen liggen daarom onder een kleine helling, soms niet meer dan 1 millimeter hoogteverschil per meter buis. Dat maakt de aanleg tot precisiewerk.

Tussen de buizen zitten rioolputten, herkenbaar aan de ronde deksels in de weg. Ze liggen enkele meters tot soms 100 meter uit elkaar. Via de putten wordt het riool geïnspecteerd en schoongemaakt, en komen buizen samen. Regenwater van de straat komt het riool in via kolken, de roosters langs de stoeprand. Onder in een kolk vangt een bak zand en bladeren op, die de gemeente met een kolkenzuiger leegt.

Gemengd of gescheiden

Er bestaan twee soorten stelsels. In een gemengd riool stromen afvalwater en regenwater door dezelfde buis naar de zuivering. In een gescheiden stelsel gaat het afvalwater door de ene buis naar de zuivering, en het regenwater via een andere buis, een goot of een wadi naar sloot, vijver of bodem. Volgens RIONED is twee derde van alle riolering in Nederland gemengd. Sinds 2008 voert elk nieuw gebouw het afvalwater apart af van het regenwater, en gemeenten bouwen gemengde stelsels geleidelijk om. Dat heet afkoppelen.

Waarom dat onderscheid zoveel uitmaakt, blijkt uit een rekensom. Een Nederlander gebruikt thuis gemiddeld bijna 130 liter drinkwater per dag, dat grotendeels als afvalwater terugkomt. Een bui van 20 millimeter op een dak van 50 vierkante meter levert 1.000 liter regenwater op, en dat binnen korte tijd. Bij zo'n bui voert één dak via een gemengd riool dus ongeveer evenveel water af als een persoon in 8 dagen via toilet, douche en keuken. Het afvalwater is een kleine, constante stroom; de regen komt in pieken.

Bij een gescheiden stelsel is het belangrijk dat elke buis op de juiste leiding zit. Een wasmachine op het regenwaterriool vervuilt de sloot, een regenpijp op het vuilwaterriool kan dat riool bij zware regen laten vollopen. Bij een verbouwing loont het dus om bij de gemeente na te vragen welk stelsel er in de straat ligt.

Als het riool vol is

Een gemengd riool kan niet onbeperkt regenwater verwerken. Is het vol, dan loopt het water via riooloverstorten over in sloten, vijvers of grachten. Volgens RIONED gebeurt dat een paar keer per jaar. Met het regenwater komt dan ook verdund afvalwater in het oppervlaktewater terecht. Nooduitlaten treden pas bij extreme buien in werking, eens in de paar jaar.

Om die vervuiling te beperken, hebben veel gemeenten bergbezinkbassins gebouwd: grote betonnen bakken die de inhoud van het riool ongeveer een derde groter maken. Het vuil zakt er naar de bodem, zodat het water dat bij een grote bui toch overloopt, schoner is.

In huis beschermt de ontlastput tegen de gevolgen van een vol riool. Dat is een putje in of onder aan de regenpijp dat op een schrobputje lijkt. Raakt het riool vol, dan komt het water daar naar buiten in plaats van via de wc of een putje binnenshuis. Ontlastputten zijn al tientallen jaren voorgeschreven bij regenwater- en gemengde aansluitingen, maar volgens RIONED ontbreken ze bij lang niet alle huizen.

Gemalen, persleidingen en drukriolering

Zwaartekracht alleen is in een vlak land niet genoeg. Bij een helling van 1 millimeter per meter ligt een buis na 1 kilometer al 1 meter dieper. Daarom pompen rioolgemalen het water op verschillende plaatsen omhoog of verder. Gemalen variëren van een pompje voor één huis tot installaties die miljoenen liters per uur verpompen. Vanaf een gemaal stroomt het water onder druk door een persleiding, vaak over grote afstand naar de zuivering.

Op het platteland en bij woonboten ligt soms drukriolering. Elk huis of groepje huizen heeft dan een eigen pomp die het afvalwater door dunne buizen wegperst. De regelkasten zijn te herkennen als kleine, vaak groene kastjes met een rode lamp, die gaat branden bij een storing.

Wie te ver van een riool woont, is niet aangesloten. Dat geldt volgens RIONED voor ongeveer 0,5% van de woningen. Hoe die hun afvalwater kwijtraken, staat in het artikel over huizen zonder rioolaansluiting. Voor het overige afvalwater is de eindbestemming een van de ongeveer 400 rioolwaterzuiveringen van de waterschappen.

Een verstopping: van wie is het probleem?

De huiseigenaar is eigenaar van de riolering in huis en tuin, de gemeente van het riool in de openbare ruimte. Het ontstoppingsstuk vormt meestal de grens, tenzij de gemeente dat in haar aansluitverordening anders heeft geregeld. Een huurder heeft kleine taken, zoals het schoonmaken van sifons; de rest ligt bij de verhuurder.

Werkt maar één afvoer niet, dan zit het probleem meestal dichtbij. RIONED raadt aan eerst de sifon los te draaien en schoon te maken, en anders een ontstoppingsveer te gebruiken. Chemische ontstoppers raadt het af, omdat ze het riool kunnen aantasten en de werking van de zuivering kunnen verstoren.

Werken meerdere afvoeren niet, of komt water van boven beneden weer uit een putje, dan zit de verstopping verder weg. Het ontstoppingsstuk geeft dan uitsluitsel. Staat het vol water, dan zit de verstopping in het openbare riool en moet de gemeente aan de slag. Is het droog, dan ligt het probleem aan de kant van de woning. Het ontstoppingsstuk mag u meestal niet zonder toestemming van de gemeente opgraven, en gemeenten verschillen in de aanpak. Bel dus eerst.

Veel verstoppingen beginnen met wat er door toilet of gootsteen verdwijnt. Welke spullen de meeste problemen geven, staat in wat niet in het riool hoort. De kosten van het openbare riool betalen huishoudens via de rioolheffing aan de gemeente, meestal een vast bedrag per jaar.